Twee nieuwe livestreamconcerten op Marcels YouTubekanaal: Variaties op z’n Weens

Variëren zit componisten van oudsher in het bloed. Een componist wil immers met een bescheiden hoeveelheid basismateriaal zijn verhaal vertellen maar daarbij ook niet in letterlijke herhaling vervallen. Variëren op de beschikbare muzikale gegevens is dan de ideale manier om monotonie te voorkomen.

Variëren vertoont veel overeenkomst met improviseren. Veel variatiewerken zijn dan ook te beschouwen als improvisaties, die – wanneer de componist ze geslaagd vond – uitgeschreven werden en vervolgens bijgeschaafd en geperfectioneerd, met behoud van hun spontane karakter.

Joseph Haydn (1732 – 1806)  

-Variaties in f kl.t. Hob.XVII:6

W.A. Mozart (1756 – 1791)  

-Variaties op ‘Unser nummer Pöbel meint…’ van Chr.W.Gluck (KV 455)

Alban Berg (1885 – 1935)  

-12 Variationen über ein eigenes Thema (1908)

Johannes Brahms (1833 – 1897)  

-Variationen über ein Thema von Robert Schumann op.9 (1854)

TOELICHTING 

W.A. Mozart (1756 – 1791) Variaties op ‘Unser dummer Pöbel meint…’ KV 455

Het thema van deze serie variaties is afkomstig uit een opera van Gluck: Die Pilgrime von Mekka.  Mozart woonde een uitvoering daarvan bij en bedacht de variaties op dit thema spontaan tijdens een concert in 1783.

Opvallend zijn Mozarts geestige invallen (de Opera buffa was hem vertrouwd) en de technisch briljante passages.

Joseph Haydn (1732 – 1806) Variaties in f kl.t. Hob.XVII:6 (1793)

Haydn heeft een aantal variatiereeksen geschreven waarin hij, zoals de meeste van zijn tijdgenoten, in feite niet veel anders doet dan het loslaten van een aantal standaardrecepten op het thema zoals akkoordbrekingen, omspelingen en versieringen van de melodie, een majeurthema een keer naar mineur transponeren en de maatsoort van het thema veranderen. Maar in deze Variaties in f mineur gaat hij veel verder. Het zijn karaktervariaties met een veel grotere diepgang dan de meeste vertegenwoordigers van het genre in de achttiende eeuw. Het openingsthema van dit laatste werk voor piano van Haydn (1793) is emotioneel geladen – geheel passend bij de toonsoort van f mineur – en wordt meteen gevolgd door een tweede, veel opgewekter thema in F majeur. Deze afwisseling van mineur en majeur houdt Haydn in alle variaties vol. De spectaculaire wijze waarop de twee thema’s worden gevarieerd was sinds Bachs Goldbergvariaties, zo’n 50 jaar eerder, niet meer geëvenaard. De subtitel, die Haydn aan het werk gaf, doet dan ook wel wat bescheiden aan: Un piccolo divertimento…

Alban Berg (1885 – 1935) 12 Variationen über ein eigenes Thema (1907-09)

Alban Berg schreef zijn variaties over een eigen thema tussen 1907 en 1909. Het is dan ook een laat-romantisch werk, waarin de componist de tonaliteit af en toe wel even lichtjes laat wankelen maar waarin de toonsoort, C groot, voorlopig nog dominant aanwezig is. De schrijfwijze waarin een vaste toonsoort geheel ontbreekt, is vooralsnog nog niet aan de orde. De geest van Brahms daarentegen is nog wel duidelijk hoorbaar (er zijn toespelingen op Brahms Schumann Variaties te herkennen!) al was Berg toen hij het stuk componeerde al bij Schönberg in de leer. In dezelfde periode, waarin Berg deze variatiereeks schreef, was hij ook al bezig met zijn Sonate voor piano, zijn officiële opus 1. Die Sonate toont zelfvertrouwen en staat als een huis terwijl de variaties nog meer op de tast geschreven lijken te zijn. Maar de expressieve en sterke romantische persoonlijkheid van de componist komt in veel passages al naar voren.

Ondanks het succes van dit werk bij publiek en recensenten publiceerde Berg het niet. Het werd pas decennia na zijn dood openbaar gemaakt.

Johannes Brahms (1833 – 1897) – Variationen über ein Thema von Robert Schumann op.9 (1854)

Het thema van deze serie variaties is van Schumann en komt uit diens Bunte Blätter op.99. Het is echter Clara, Schumanns echtgenote, aan wie de variaties zijn opgedragen en aan wie Brahms elke variatie liet zien zodra deze gereed was. Ook Clara zelf had op dat thema al variaties geschreven.

Aanvankelijk houdt Brahms vast aan de hoofdtoonsoort, fis mineur, van het droevige thema. Maar geleidelijk veranderen toonsoort, structuur en karakter van de variaties. De melancholieke uitstraling van het thema neemt gaandeweg een positieve wending. In de negende variatie citeert Brahms het vijfde deeltje uit Schumanns Bunte Blätter. De zestiende en laatste variatie reduceert het thema tot haar kale skelet en laat het werk uitdoven met een gevoel van treurnis en spijt. Schumann was kort daarvoor opgenomen in de inrichting waar hij tot zijn dood zou blijven. Maar misschien had Brahms die tragische gebeurtenis niet eens nodig om zijn compositie zo desolaat te laten eindigen.

Ga terug naar het volledige agenda overzicht