Nieuwe livestreaming van Marcel Worms: Leoš Janácek – Op een overwoekerd pad (compleet)

 Leoš Janácek (1854 – 1928) – Po zarostlém chodnícku (Op een overwoekerd pad)

Eerste serie (1908)

1.Onze avonden

2.Kom met ons mee!

3.De Madonna van Frydek

4.Ze kwekten als zwaluwen

5.Woorden schieten tekort

6.Goede nacht!

7.In tranen

8.Het uiltje is niet weggevlogen

Tweede serie (1911)

1.Andante

2.Allegretto

3.Vivo

4.Più mosso

5.Allegro

—————————————————————————————————

De link naar deze livestreaming is https://youtu.be/lsS4b4KPpAg

Leoš Janáček kan beschouwd worden als derde grote Tsjechische componist, na Antonín Dvořák en Bedřich Smetana. Net als deze twee liet ook hij zich door de volksmuziek van zijn land inspireren maar dan wel op een geheel eigen wijze die aanzienlijk moderner aandoet dan de muziek van zijn oudere collega’s. De meeste van de werken die nog regelmatig worden uitgevoerd, waaronder zijn opera’s en strijkkwartetten, schreef hij pas op latere leeftijd.

Op een overwoekerd pad vertelt in tien korte deeltjes over de gelukkige jeugd van Leoš Janácek (1854-1928) in de bergen en wouden van Moravië, maar ook van de lange lijdensweg en het sterfbed van zijn jonge dochter Olga (gestorven in 1903).  Die jeugd speelde zich af in zijn geboortedorp Hukvaldy, waar hij het laatste deel van zijn leven weer is gaan wonen. In dat laatste woonhuis in Hukvaldy is nu een Janáček Museum gevestigd. Ook in Brno is een aan Janáček museum.

De cyclus begint warm en intiem met Onze avonden (al zijn af en toe ook al pittige dissonanten te horen) en ook de daaropvolgende deeltjes zijn overwegend opgewekt en ontspannen. Maar langzamerhand wordt de sfeer somberder en dreigender. Het laatste deel van de eerste serie klinkt ronduit onheilspellend: het uiltje is niet weggevlogen. Volgens Tsjechisch bijgeloof is de uil de omineuze voorbode van de dood. Snerpende arpeggio’s in de linkerhand op de piano geven hierbij de hoge schrille roep van de uil weer. Dit is een muzikaal dagboek van intieme herinneringen.

Net als b.v. Schumann en Mompou had Janácek maar een paar noten nodig om een muzikale sfeer te creëren. Een eenvoudig begeleidingsfiguurtje of een flard van een melodie zijn genoeg om de beeldende titels in Op een overwoekerd pad tot leven te wekken.

Tussen 1901 en 1911 werkte Janáček aan de miniaturen voor piano die hij gezamelijk de titel Op een Overwoekerd Pad meegaf. Het is niet helemaal duidelijk in hoeverre hij letterlijk beelden uit zijn jeugd op het platteland van Silezië en Moravië gebruikte. Wel is helder dat hij naar motieven uit de volksmuziek verwijst. Die had hij ook werkelijk bestudeerd. Samen met een etnomusicoloog trok hij in de jaren tachtig van de negentiende eeuw de meest afgelegen streken van het land door, om te leren van de liederen van geitenhoeders en boeren. Hij deed dat in dezelfde tijd waarin zijn collega Bela Bártok zijn opnames op het platteland van Hongarije maakte die hij later in zijn muziek zou verwerken.

Op een overwoekerd pad is een perfecte metafoor voor de werking van ons lange termijn geheugen. Om het spoor naar je verre verleden terug te vinden moet heel wat onkruid weggehaald worden en dan nog kun je hopeloos vastlopen. De tien jaren waarin Janáček zijn belangrijkste pianowerk componeerde, moet de componist als een soort muzikale psychoanalyse hebben ervaren.

Een aantal delen is oorspronkelijk voor harmonium geschreven. Het is eenvoudig om deze in de pianoversie te herkennen. Onlangs bewerkte fagottist Alban Wesly de harmoniumstukjes  op overtuigende wijze voor zijn rietensemble Calefax.

Janáčeks muzikale taal is sober. Overbodige franje ontbreekt, de harmonieën zijn vaak rauw, de wendingen in de muziek zijn grillig.  De huiselijke veiligheid staat tegenover de dreigingen vanuit de buitenwereld.

De eerste serie van Op een overwoekerd pad werd in première gebracht in Brno op 6 januari 1905. De tweede serie, waarvan de deeltjes geen titels dragen, waren gereed in 1911 maar werden pas in 1942 gepubliceerd.

Ga terug naar het volledige agenda overzicht